Home › Artikelen › Eigen architecten van het Dutch Protocol: 'toestemming vooraf is een fictie'

Eigen architecten van het Dutch Protocol: 'toestemming vooraf is een fictie'

Een nieuwe publicatie van onderzoekers van de Amsterdamse genderkliniek zelf stelt dat geïnformeerde toestemming vooraf niet mogelijk en niet nodig is, omdat identiteit pas tijdens de behandeling vorm krijgt. Wat betekent dat voor het fundament waarop het Dutch Protocol altijd heeft gerust?

Onderzoekers van de Amsterdamse genderkliniek — de bakermat van het Dutch Protocol — publiceerden deze zomer een artikel waarin ze een kernaanname van hun eigen behandelmodel herzien: dat een patiënt vooraf, op basis van volledige informatie, toestemming kan geven voor een ingrijpende en deels onomkeerbare medische transitie. In The Fiction of Prior Knowledge: Rethinking Informed Consent in Adolescent Gender-Affirming Medical Care (Medical Law International, 2026) stellen Ezra Oosthoek, Karl Gerritse, Martine de Vries, Christine Dedding én Annelou de Vries — een van de grondleggers van het protocol bij Amsterdam UMC — dat toestemming vooraf voor genderzorg bij minderjarigen niet mogelijk is en ook niet nodig hoeft te zijn. De reden: identiteit en betekenis zouden zich voor een deel pas vórmen tijdens de behandeling zelf.

Wat de auteurs beweren

De kern van hun argument is een breuk met het klassieke model van geïnformeerde toestemming, waarin een patiënt vooraf de risico's, alternatieven en gevolgen van een behandeling moet begrijpen om daar weloverwogen mee in te stemmen. Volgens de auteurs past dat model niet bij genderzorg, omdat identiteit en begrip deels pas ontstaan tijdens en dóór de behandeling zelf. Hun voorstel: vervang de eis van zekerheid vooraf door een "procesgericht" toestemmingsmodel, waarin voortdurend opnieuw wordt getoetst of de patiënt nog wil doorgaan, in plaats van één moment van weloverwogen besluitvorming vooraf.

Dat klinkt zorgvuldig, maar het verlegt in feite het probleem. Een procesgericht model vervangt niet de noodzaak van toestemming vooraf voor onomkeerbare stappen — puberteitsremmers, hormonen, operaties — het verklaart die noodzaak tot fictie. Als je pas tijdens de behandeling kunt weten wat je eigenlijk wilde, dan is elke stap die je vóór dat moment zet per definitie zonder volledige toestemming gezet. Dat is precies waar het Cass Review en de internationale evidence-reviews voor waarschuwen: onomkeerbare medische stappen bij een onzekere, nog vormende identiteit vragen om meer terughoudendheid, niet om een soepeler toestemmingsbegrip.

Jongeren passen zich aan — en dat wordt het argument om door te gaan

Opvallend is wat de auteurs zelf documenteren over hoe jongeren zich in de spreekkamer gedragen. Volgens hun eigen onderzoek passen sommige jongeren hun antwoorden strategisch aan en onderdrukken ze twijfel, om sneller toegang te krijgen tot behandeling. De Amerikaanse commentator Hermes Postma noemt dit op het Substack-kanaal Inspecting Gender ronduit "deliberate deception" — doelbewuste misleiding — en wijst erop dat dit normaal gesproken een reden zou zijn om júist voorzichtiger te worden met toestemming, niet om de lat te verlagen. Postma concludeert dat de bevindingen van de auteurs zelf eerder pleiten voor een moratorium dan voor een losser toestemmingsmodel.

Dat is de omkering die opvalt: een signaal dat het proces kwetsbaar is voor manipulatie, wordt ingezet als argument om de eisen aan toestemming te verlichten in plaats van aan te scherpen.

Een stille koerswijziging?

Journalist Johan Bolhuis beschrijft op OpinieZ hoe opmerkelijk het is dát dit argument uit de koker komt van onderzoekers die zelf nauw verbonden zijn aan het Dutch Protocol. Hij noemt de publicatie een mogelijke "strategische terugtrekking": door in een juridisch-medisch vaktijdschrift vast te leggen dat toestemming sowieso nooit volledig vooraf kon bestaan, wordt achteraf moeilijker vol te houden dat patiënten destijds onvolledig zijn voorgelicht. Een formeel besluit om het protocol te herzien meldt niemand. Maar de aanname waarop de hele rechtvaardiging van vroege medische interventie altijd heeft gerust — een weloverwogen, vooraf gegeven ja — wordt door de eigen architecten nu zelf ter discussie gesteld.

Wat dit betekent voor ouders, jongeren en de wet

Voor de Nederlandse praktijk is dit meer dan een academische kwestie. De Wgbo verplicht zorgverleners om patiënten vóóraf te informeren over risico's en alternatieven, juist omdat toestemming achteraf repareren niet kan. Het dossier over informed consent en assent binnen het Dutch Protocol laat zien hoe wankel die vooraf-toestemming in de praktijk al was bij minderjarigen; dit nieuwe artikel maakt dat expliciet door te stellen dat volledige toestemming vooraf sowieso een fictie is. Voor wie nu voor de keuze staat, verandert dat niets aan het devies: vraag door, eis volledige informatie over onzekerheden en onomkeerbare gevolgen, en gebruik desnoods een gestructureerde keuzehulp om niets over te slaan vóórdat een onomkeerbare stap wordt gezet — in plaats van erop te vertrouwen dat duidelijkheid later vanzelf komt.

Bronnen

Oosthoek, E.D., Gerritse, K., de Vries, M.C., Dedding, C., de Vries, A.L.C. (2026). "The Fiction of Prior Knowledge: Rethinking Informed Consent in Adolescent Gender-Affirming Medical Care." Medical Law International (DOI: 10.1177/09685332261471001). Besproken en geciteerd via de onderstaande bronnen, omdat het tijdschrift zelf achter een toegangsblokkade zit.

Johan Bolhuis, "Genderzorg: einde van omstreden Dutch Protocol nadert", OpinieZ, 29 september 2026: opiniez.com.

Hermes Postma, "Overlooking Lies to Prove Their Point", Inspecting Gender (Substack), 4 september 2026: genspect.substack.com.

Nienke Vogelaar

Nienke Vogelaar

Redactie

Veelgestelde vragen

Wat beweren de onderzoekers van de Amsterdamse genderkliniek precies?

In een artikel in Medical Law International (2026) stellen Oosthoek, Gerritse, de Vries, Dedding en de Vries dat het klassieke model van geïnformeerde toestemming niet past bij genderzorg, omdat identiteit en betekenis zich volgens hen deels vórmen tijdens de behandeling zelf. Zij pleiten voor een 'procesgericht' toestemmingsmodel in plaats van zekerheid vooraf.

Is dit een officieel standpunt van het Dutch Protocol of een individuele mening?

Het is een peer-reviewed publicatie mede van Annelou de Vries, een van de drijvende krachten achter het Dutch Protocol in Amsterdam UMC. Het is geen beleidswijziging, maar het verschijnen van dit argument in een juridisch-medisch tijdschrift wordt door meerdere waarnemers gelezen als een signaal dat de bodem onder het protocol verschuift.

Wat is het probleem met 'toestemming die tijdens de behandeling ontstaat'?

Toestemming die pas achteraf of tijdens de behandeling vorm krijgt, is geen informed consent meer zoals de wet (WGBO) dat bedoelt: vooraf, op basis van volledige informatie over risico's en alternatieven. Het verschuift het risico van de arts naar de patiënt, en maakt spijt achteraf juridisch moeilijker te onderbouwen.